OUDERLIJK GEZAG

Als algemene regel geldt dat beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen (tot 18 jaar) uitoefenen.
Uitzondering: uitsluitende uitoefening van het ouderlijk gezag door één van de ouders met een recht op persoonlijk contact voor de andere ouder.
Het ouderlijk gezag is voorbehouden aan de juridische ouders en kan dus niet worden uitgeoefend door anderen bv. grootouders, stiefouders, ooms of tantes....
Begrippen zoals ‘hoederecht’ en ‘bezoekrecht’ worden niet meer gehanteerd in de wet noch in de rechtspraak.
Sinds de wet van 13 april 1995 kent het burgerlijk wetboek als uitgangspunt het systeem van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag door beide ouders, ongeacht of de ouders al dan niet gehuwd zijn, al dan niet samenleven, uit de echt gescheiden zijn of feitelijk gescheiden leven.
Slechts na tussenkomst van de rechtbank, of mits onderlinge overeenkomst tussen de ouders, kan het ouderlijk gezag uitsluitend aan een van de ouders worden toegekend (vroeger hoederecht), terwijl de andere ouder een recht op persoonlijk contact (vroeger bezoekrecht) krijgt.
De term ‘co-ouderschap’ komt niet voor in de wet en stemt juridisch overeen met ‘de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag’.
Het volstaat niet om een regeling te treffen omtrent het gezag over de kinderen omdat een kind van niet-samenlevende ouders nooit terzelfder tijd bij elk van zijn ouders kan verblijven.
Er moet dan ook een verblijfsregeling worden uitgewerkt waarin bepaald wordt waar, wanneer en hoelang het kind bij elk van zijn ouders zal verblijven.

In de ‘gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag’ zijn bijgevolg twee aspecten aanwezig:

Gezag:
Dit betekent dat beide ouders evenveel rechten en plichten hebben tegenover hun kinderen en op een gelijkwaardige manier het ouderlijk gezag kunnen uitoefenen. Dit ‘gezagsco-ouderschap’ is de algemene regel ingevoerd bij wet van 13 april 1995.

Verblijf:
Bij wet van 18 juli 2006 heeft de wetgever uitdrukkelijk voorzien dat bij voorrang moet onderzocht worden of het kind evenveel bij beide ouders kan verblijven.
Het ‘verblijfsco-ouderschap’ is de algemene regel ingevoerd bij wet van 18 juli 2006.